
Colin Archer werd beroemd met het schip de "Fram". Met dit schip is de Noor Fridtjof Nansen naar de Noordpool gereisd en is een andere Noor, Roald Amundsen naar Antarctica gevaren om daar, nog net voor Robert Scott, als eerste de Zuidpool te bereiken. Colin Archer heeft echter veel meer schepen ontworpen. Hij heeft in de eerste plaats naam gemaakt met de ontwerpen van voor die tijd buitengewoon zeewaardige loodsjollen en reddingboten. Dit artikel belicht vooral dat aspect van zijn veelzijdig vakmanschap. Al met al een verdiend eerbetoon aan een unieke persoonlijkheid wiens ontwerpen tot op de dag van vandaag in de scheepsbouw van invloed zijn.
Naar aanleiding van het grote aantal omgekomen loodsen langs de Noorse kust ontwierp Archer in 1870 een boot die het loodsenwerk veiliger moest maken. Hij werd "Minnie" gedoopt, maar ofschoon de loodsen haar wendbaarheid en zeewaardigheid prezen, was Archer er nog niet helemaal tevreden mee en bouwde een jaar later de "Thor", een spitsgat walvisboot, uitgerust met stag en gewone sprietzeil. Dit was het prototype van de thans zo bekende loodsjol. Na 1876 bouwde hij alle schepen volgens het "golflijnprincipe", een theorie van de Britse ingenieur John Scott Russell dat als een schip zich door het water beweegt, er door de weerstand twee soorten golven ontstaan, ��n bij de boeg en ��n bij het achterschip. Om die weerstand te verminderen moet de waterlijn van het schip bij de boeg en het achterschip beantwoorden aan de golfvormen. Hoewel Archer het steeds drukker kreeg met het bouwen van allerlei soorten vaartuigen week hij niet af van zijn principes dat bij de bouw degelijkheid en veiligheid voorop moesten staan. Men kon met hem marchanderen over de prijs maar niet over de deugdelijkheid. Dat dit geen holle frases waren, blijkt uit het feit dat er nog tientallen door hem gebouwde schepen in de vaart zijn en daaronder zijn honderdjarigen!
Men associeert Colins naam vooral met loodsjollen e
n reddingboten, maar hij begon met jachten. De eerste die bij in 1867 bouwde was een soort Schotse vissersboot met twee masten en een schoenertuig, die hij "Maggie" doopte en jarenlang in het bezit was van de Archerfamilie. Zijn bekendste was ongetwijfeld de 11,9 meter lange "Storegut", die hij bouwde in opdracht van de Noorse jachtenfanaat Wilhelm Wolf (in zijn leven bezat hij 23 jachten, waarvan er drie door Archer werden gebouwd). De eigenaar won er veel prijzen mee. Dat Colin fraaie, snelle jachten afleverde, ontging ook de bekende Rotterdamse zeezeiler J. van Rietschoten niet. In 1902 gaf hij opdracht tot de bouw van de "Heijmen". Archer bouwde in totaal een zeventigtal pleziervaartuigen.

In 1887 vroeg dokter Oscar Tybring de botenbouwer Archer of hij ge�nteresseerd was in de oprichting van een Noorse reddingmaatschappij. Tybring liep al jaren met die gedachte rond, maar kreeg onvoldoende steun van anderen die meenden dat de Noorse kust zich niet leende voor een reddingwezen, zoals die reeds functioneerde in andere Europese landen. Ook Archer was het daarmee eens; de meeste schepen vergingen in open zee en niet op de kust. Vooral vissersboten en hun opvarenden vonden vaak een graf ver van huis. Dus was het zaak, redeneerde Archer, reddingboten op zee te laten kruisen en de vissersboten te vergezellen naar de visgronden. Medio 1891 was er voldoende geld om de "Norsk Selskab til Skibbrudnes Redning" op te richten en Colin Archer een jaar later opdracht te geven de eerste reddingboot te bouwen volgens zijn eigen tekeningen, maar waarin enkele idee�n van andere ontwerpers waren verwerkt.Het werd een spitsgat double ender met een doorlopend dek. De afmetingen waren: lengte o.a. 14,05 m, breedte o.a. 4,60 m en diepgang 1,94 m. Het had een ijzeren kiel van
7 ton en een zeilareaal, bestaande uit grootzeil, fok en bezaan, van 74,98 m2 . Daarenboven konden nog twee kluivers en een topzeil worden gevoerd. Benedendeks kwamen drie waterdichte afdelingen met doorgangsluiken, waarvan de middelste de kajuit was met twee kooien, banken, kasten e.d. Ook in de beide andere afdelingen werden twee kooien afgetimmerd. De verzonken open stuurcabine was van waterdichte schotten en een afvoer voorzien. Dit prototype kreeg het bouwnummer 54 en kostte NOK 10.903,43, bier voor het
werkvolk meegerekend. Het word bij de tewaterlating in augustus 1892 naar zijn ontwerper en bouwer "Colin Archer" gedoopt als dank voor zijn inzet. De trotse schipper Nicolay Anthonisen was zeer ingenomen met zijn reddingboot. Hij prees zijn wendbaarheid, zeewaardigheid en zeilvermogen. Aangezien er in totaal vijfendertig reddingboten van dit type werden gebouwd, mag men concluderen dat Anthonisen niet overdreef.
De "Rednings Skuta no. 1" nog steeds in de vaart
(foto archief Noors Scheepvaartmuseum).
Toen het prototype in 1933, na veertig dienstjaren, werd verkocht, had hij een indrukwekkende staat van dienst achter de rug: hij had 67 boten met 237 opvarenden behouden binnengebracht en 1522 vaartuigen geassisteerd! De naam van de maker hield het Noorse reddingwez
en in ere door de in 1910 gebouwde rb. "Vard�" om te dopen in "Colin Archer".In 1961 werd de oorspronkelijke boot van die naam in ontredderde staat in Amerika ontdekt, naar Noorwegen teruggehaald en opgeknapt. Thans vaart de echte "Colin Archer" onder de vlag van het Noorse scheepvaartmuseum, onder beheer van de SSCA (Sailing Ship Colin Archer) en onder bevel van schipper Von Trepka. Het zou Archer goed hebben gedaan te weten dat zijn nu honderd jaar oude geesteskind nog immer van zich doet spreken. Zo stak hij tijdens de Tall Ships Race in 1983 de loef af van 74 schoolschepen door "Winner over all" te worden. De zusterschepen eveneens voormalige reddingboten "Christiania" (RS 10, bouwjaar 1896) en "Liv" (RS 5, bouwjaar 1894) werden respectievelijk tweede en derde. In de Cutty Sark Tall Ships Race van 1987 werd de "Colin Archer" opnieuw de beste in zijn klasse en "winner over all", wel een bewijs dat zijn prestatie in 1983 geen toevalstreffer is geweest. De "Christiania" werd ook nu weer tweede. Het is zonder meer indrukwekkend dat deze oldtimers dit presteerden, ondanks de concurrentie van grote marineschepen en moderne zeezeilers. In 1930 werd de laatst Archer-reddingboot gebouwd en in 1965 uit de vaart genomen.
Toen Archer op 8 februari 1921 op 89-jarige leeftijd overleed, had hij meer dan tweehonderd schepen gebouwd, waaronder dus 70 jachten, en verder 60 loodsboten, 14 reddingkruisers en 72 andere vaartuigen, stuk voor stuk juweeltjes van scheepsbouwkunst. De "Colin Archer" en zijn "broers" zullen ongetwijfeld nog een aantal jaren over de zeven zee�n blijven zwerven, als varende monumenten voor een groot scheepsbouwer.
Copyright © 1996, Jack Vogelaar, jack@davilex.nl